Navigatie overslaan

Het Afvalceen

We zijn, zonder het echt te beseffen, een nieuw tijdperk binnengestapt: het afvalceen.

Een tijd waarin niet de natuur, maar ons eigen afval het landschap tekent. Wat we produceren, lozen, storten en verspreiden, stapelt zich op – in bodem, water en lucht. Dit is geen natuurverschijnsel. Dit is mensenwerk.

Zelfs ons waterschap ontkomt er niet aan. Recent werd asbest aangetroffen op een plek waar een natuurvriendelijke oever zou worden aangelegd langs het Kanaal door Voorne. Een wrange constatering: we willen natuur herstellen, maar stuiten op de rommel uit het verleden. En dit is geen uitzondering.

In mijn omgeving bevindt zich de Rhoonse stort, waar onder meer Shell in de jaren ’50 en ’60 chemisch afval achterliet. Zware metalen, minerale olie, vluchtige aromatische koolwaterstoffen (VAK), polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK), fenolen, benzoëzuurverwante stoffen en bifenyl: het zit er allemaal. Wat nu onvoorstelbaar lijkt, was destijds gangbaar. Giftig afval dumpte men simpelweg in de natuur. De overheid keek weg.

En het houdt niet op bij één locatie. Denk aan het Gorzenpark, de Broekpolder en de Vredepolder nabij de Heijenoordtunnel. In heel Nederland zijn vergelijkbare voorbeelden te vinden. Er zijn zelfs complete nieuwbouwwijken gebouwd op voormalige gifbelten.

2023: Een nieuwe afdeklaag over de Rhoonse stort

Nog maar kort geleden bleek dat in veel tuinen in Amsterdam te hoge concentraties lood zijn aangetroffen. Bewoners met moestuinen schrokken zich rot. En terecht. Wat betekent dit voor de generatie die daar opgroeit?

Alsof historische vervuiling nog niet genoeg is, stapelt zich een nieuwe dreiging op: PFAS. Zolang de PFAS-kraan niet wordt dichtgedraaid, blijven deze persistente stoffen zich ophopen in ons milieu. Ze breken nauwelijks af. Denk niet dat je veilig bent omdat je geen antiaanbakpan meer gebruikt. PFAS zitten ook in pesticiden en in middelen tegen vlooien en teken voor (landbouw)huisdieren.
Maar het probleem reikt verder dan PFAS alleen. Ook “gewoon toegestane” bestrijdingsmiddelen, goedgekeurd door het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb), blijken schadelijke effecten te hebben op biodiversiteit én volksgezondheid. Het boek Pesticiden Paradijs van Dirk de Bekker laat zien hoe structureel dit probleem is. De vraag dringt zich op: waarom wachten we nog met ingrijpen?

En dan zijn er nog de staalslakken van Tata Steel. Jarenlang geliefd als “gratis” vulmiddel voor geluidswallen, wegfunderingen en dijkverhogingen. Inmiddels weten we beter: staalslakken kunnen uitlogen en werken als een soort chemische gootsteenontstopper, met schadelijke gevolgen voor bodem, water en gezondheid. Wat goedkoop leek, blijkt duur betaald.

Tot slot hangt er een nieuwe erfenis in de lucht. Het kabinet stuurt aan op de bouw van vier nieuwe kerncentrales. Dat betekent ook: nieuw radioactief afval. Ja, dat wordt ondergronds opgeslagen. Maar het blijft langer radioactief dan de opslagfaciliteiten gegarandeerd veilig blijven. Welke rekening leggen wij neer bij generaties na ons?

Hoe zullen zij op ons terugkijken? Waarschijnlijk zoals wij nu kijken naar de generaties die hun afval in de bodem stopten en dachten dat het daarmee verdwenen was. Met onbegrip. En misschien met woede.
Het afvalceen is geen abstract begrip. Het is onze dagelijkse realiteit. De echte vraag is niet of we het probleem erkennen. De vraag is of we eindelijk bereid zijn de kraan dicht te draaien – en verantwoordelijkheid te nemen voor wat we achterlaten.


Mirjam de Neef

Vriend worden!

Deze website maakt gebruik van cookies voor een optimale gebruikersbeleving. Lees onze cookieverklaring