Intentieverklaring
De intentieverklaring is ondertekend door IenW, VNG, IPO, de Unie van Waterschappen, Omgevingsdienst Nederland en GGD-GHOR. Daarmee worden de waterschappen nadrukkelijk onderdeel van de landelijk gecoördineerde aanpak. Zij zijn essentieel vanwege hun verantwoordelijkheid voor de waterkwaliteit, een belangrijk aandachtspunt bij staalslakken.
Taskforce
De taskforce gaat in kaart brengen waar in Nederland staalslakken liggen, welke risico’s daar spelen en hoe overheden moeten handelen. Op zeker 216 plekken in Nederland zijn staalslakken gebruikt. Dat is bijna twee keer zoveel als uit eerder onderzoek bleek. Maar er blijven nog veel vragen over.
Urgentie
De urgentie is duidelijk zichtbaar in Spijk (gemeente West Betuwe), waar circa 670.000 ton staalslakken ligt op een terrein bij golfcomplex The Dutch. Het materiaal was bestemd voor een geluidswal langs de A15, maar sinds 2019 ligt het daar ongebruikt na landelijke zorgen over gezondheidsrisico’s. De gemeente West Betuwe besteedt jaarlijks tonnen aan juridische ondersteuning, onderzoek en overleg met de omgevingsdienst. En daarnaast zijn er veel zorgen over het milieu, de waterkwaliteit en de gezondheid van omwonenden. De kwestie werd verder ingewikkeld toen deze zomer een landelijke stop op alle handelingen met staalslakken werd ingesteld. Hierdoor mag de eigenaar niets doen, zelfs niet het inpakken met folie—de oplossing die West Betuwe aanhoudend bepleit om uitspoeling te voorkomen.
West Betuwe kijkt nadrukkelijk naar andere gemeenten die met vergelijkbare problemen kampen, waaronder Eerbeek. Ook daar liggen staalslakken op locaties die mogelijk risico’s opleveren voor bodem en waterkwaliteit. De ervaringen in Eerbeek laten zien dat gemeenten en waterschappen vaak vastlopen op dezelfde kwesties: onvoldoende duidelijkheid over risico’s, onduidelijke juridische kaders en financiële lasten die lokale overheden niet kunnen dragen.
Rijk veel te Tata-vriendelijk
Opeenvolgende kabinetten hebben zich in dit dossier herhaaldelijk terughoudend opgesteld richting de sector. Die Tata-vriendelijke benadering heeft geleid tot gebrek aan voortgang, gebrek aan landelijke regie en bovenal: steeds hogere kosten voor lokale overheden die geen enkele verantwoordelijkheid dragen voor de productie van deze reststromen. Een structurele oplossing kan niet afhankelijk zijn van lokale begrotingen. Daarom moet het Rijk alle kosten dragen voor sanering, beheer en risicobeperking. Daarnaast moet het Rijk serieus onderzoeken in hoeverre deze kosten verhaalbaar zijn op de producenten van de staalslakken, waaronder Tata Steel. Dat is logisch, rechtmatig en noodzakelijk voor geloofwaardig milieubeleid.