Uitbreiding lijst prioritaire stoffen
De vernieuwde richtlijn breidt de lijst van prioritaire stoffen aanzienlijk uit. Naast al bekende verontreinigingen worden nu ook nieuwe stoffen opgenomen, waaronder PFAS en trifluorazijnzuur, een afbraakproduct van bepaalde PFAS. Daarnaast komen diverse pesticiden en hun afbraakproducten op de lijst, evenals geneesmiddelen zoals pijnstillers, ontstekingsremmers en bepaalde antibiotica. Voor stoffen die door eerder beleid nauwelijks nog voorkomen, zoals atrazine, vervalt juist de prioriteitsstatus.
Effect-based monitoring
Nieuw is de invoering van effect-based monitoring, een methode die niet alleen naar afzonderlijke stoffen kijkt, maar naar de gecombineerde effecten van chemische mengsels op ecosystemen. Het akkoord geeft ook meer duidelijkheid over het verbod op verslechtering van de waterkwaliteit, dat al langer is vastgelegd in de Kaderrichtlijn Water. Er blijven slechts twee beperkte uitzonderingen mogelijk: wanneer een achteruitgang tijdelijk en van korte duur is, of wanneer vervuiling wordt verplaatst zonder dat de totale hoeveelheid toeneemt. Voor drinkwater blijven daarbij extra strenge veiligheidsregels gelden.
Ruimere termijnen
Voor de uitvoering krijgen lidstaten ruime termijnen. In principe moeten zij uiterlijk in 2039 voldoen aan de nieuwe normen voor oppervlakte- en grondwater, met onder strikte voorwaarden een mogelijke verlenging tot 2045. Voor stoffen waarvoor nu al strengere normen gelden in oppervlaktewater, geldt een kortere deadline van 2033. De bestaande verplichting om gevaarlijke prioritaire stoffen binnen twintig jaar geleidelijk uit te bannen blijft daarbij onverminderd van kracht.
Richtlijn moet eind 2027 vastliggen in nationale wetgeving
Het voorlopige akkoord wordt de komende maanden formeel bekrachtigd door de Raad en het Europees Parlement. Daarna hebben lidstaten tot 21 december 2027 de tijd om de aangepaste richtlijn om te zetten in nationale wetgeving. De herziening is hard nodig, want uit de stroomgebiedbeheerplannen blijkt dat momenteel slechts 54 procent van het oppervlaktewater en 76 procent van het grondwater in de Europese Unie een goede chemische toestand heeft.