Navigatie overslaan

Hoe maken we onze dijken klaar voor de toekomst?

De afgelopen periode van extreme droogte laat opnieuw zien voor welke uitdagingen het waterschap staat nu het klimaat verandert.

Droogte is niet alleen een probleem voor natuur en landbouw, maar kan ook gevolgen hebben voor onze waterveiligheid. Vooral veendijken zijn kwetsbaar: bij langdurige droogte kan het veen inklinken en kunnen diepe scheuren ontstaan. Op de Zuid-Hollandse eilanden hebben we gelukkig relatief weinig veendijken, maar ook hier vraagt klimaatverandering om een andere kijk op het beheer van onze dijken.

Een sterke dijk begint met een goede grasmat

De meeste waterkerende dijken zijn bedekt met een grasmat. Die beschermt de bodem tegen erosie door regen, wind en hoogwater. Dat systeem heeft jarenlang goed gewerkt, maar alleen als de grasmat dicht, sterk en gezond is.

En daar zit een probleem. Op veel plekken op de Zuid-Hollandse eilanden wordt de grasmat intensief begraasd door schapen. Door begrazing en vertrapping kan de vegetatie beschadigen en ontstaan kale plekken. Juist in perioden van droogte is het moeilijk om zo'n beschadigde grasmat weer te laten herstellen.

Elders in Nederland wordt daarom ingegrepen. Langs onder meer de Waddenzee, in Gelderland en Noord-Holland zijn schapen tijdelijk van dijken gehaald om de grasmat de gelegenheid te geven zich te herstellen. Dat is geen luxe, maar een noodzakelijke maatregel om de dijk sterk te houden.

Schapen begrazen een dijk

Biodiversiteit maakt de dijk sterker

Onderzoek van de Radboud Universiteit binnen het project Future Dikes * laat zien dat veiligheid en biodiversiteit prima samengaan. Sterker nog: een biodiverse grasmat kan bijdragen aan een sterkere dijk.
Een gevarieerde vegetatie zorgt namelijk niet alleen voor meer bloemen boven de grond. Onder de grond ontstaat een dicht en stevig wortelnetwerk dat de bodem beter bij elkaar houdt. Daardoor is de dijk beter bestand tegen erosie.

Future Dikes onderzoekt ook welke kruidenmengsels het beste bestand zijn tegen de toenemende droogte. De eerste resultaten zijn hoopgevend. Terwijl veel gras inmiddels dor en verdroogd is, houden sommige kruiden zich opvallend goed. Wilde peen, knoopkruid en kruisdistel zijn voorbeelden van soorten die van nature goed tegen drogere omstandigheden kunnen. Het zijn planten die onder meer voorkomen in het rivierengebied en behoren tot de zogenoemde stroomdalflora.

Meer bloemen, meer leven én meer veiligheid

Een biodiverse dijk is daarmee meer dan een mooie dijk vol bloemen. Het is een dijk die beter past bij de toekomst waarin we vaker te maken krijgen met droogte en extreme weersomstandigheden.
En de winst gaat verder. Een bloemrijke grasmat biedt voedsel en leefgebied aan bijen, vlinders en andere insecten. Zelfs algemene soorten als rode klaver en paardenbloem kunnen daarbij al een groot verschil maken.

Voor de noodlijdende wilde bijen geldt bovendien: hoe meer verschillende plantensoorten, hoe beter.
We moeten daarom niet blijven kijken naar de dijk van gisteren. Als het klimaat verandert, moeten we ook ons dijkbeheer aanpassen. Een sterke dijk hoeft geen strak gemaaide (of begraasde) grasmat te zijn. De dijk van de toekomst kan juist een sterke, droogte-tolerante én biodiverse dijk zijn.
Dat is winst voor onze waterveiligheid én voor de natuur.

Mirjam de Neef

  • STOWA is opdrachtgever van Future Dikes namens 13 deelnemende waterschappen, Rijkswaterstaat en het Hoogwaterbeschermingsprogramma (HWBP). De uitvoering wordt getrokken door de Radboud Universiteit. Rijkswaterstaat ondersteunt de ambitie om soortenrijke en bloemrijke dijken als nieuwe standaard te introduceren binnen het HWBP.

 

Vriend worden!

Deze website maakt gebruik van cookies voor een optimale gebruikersbeleving. Lees onze cookieverklaring