Water en bodem 'richtinggevend'
Dat blijkt uit onderzoek dat in opdracht van de ministeries van Infrastructuur en Waterstaat en Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening is uitgevoerd. Van de nationale overheid hoeven we waarschijnlijk niet zo veel te verwachten. Weliswaar staat in het Coalitieakkoord van D66, VVD en CDA dat water en bodem ‘richtinggevend’ moeten worden; dat is winst ten opzichte van het kabinet-Schoof waar het nog was ‘rekening houden’ met water en bodem. Maar de Tweede Kamer stemde onlangs nog in grote meerderheid tegen het echt ‘sturend’ maken van water en bodem.
Decentraal heeft sleutel in handen
Gelukkig geeft het onderzoek ook aan hoe het beter kan. De sleutel ligt bij decentrale overheden. Als waterschappen en gemeenten vroeg in beeld brengen wat een locatie vraagt aan water- en bodemmaatregelen, weten ontwikkelaars waar ze aan toe zijn. Meer duidelijkheid aan de voorkant betekent minder verrassingen, minder vertraging en minder risico’s later. Dat helpt niet alleen het watersysteem, maar óók de woningbouw. Slim combineren van werkzaamheden en investeringen naar voren halen, voorkomt dat we over tien of twintig jaar opnieuw moeten ingrijpen.
Water Natuurlijk kan zich hier goed in vinden. Water en bodem zijn geen randvoorwaarden achteraf, maar het fundament van ruimtelijke keuzes. Dat die basis bij sommige woningbouwlocaties zo weinig doorslaggevend is geweest, is precies waarom we nu tegen de grenzen aanlopen.