Navigatie overslaan

Libellen: ambassadeurs van schoon en gezond water

Libellen kunnen ons iets vertellen over de kwaliteit van ons oppervlaktewater.

Het grootste deel van hun leven brengen zij namelijk door als larve onder water. Pas wanneer zij uitsluipen, krijgen ze de vorm die wij kennen als libelle of juffer. Sommige soorten zijn echte specialisten: zij leven vooral in schoon, helder en voedselarm water, zoals vennen. Andere soorten zijn minder kieskeurig en kunnen ook overleven in troebel water met weinig waterplanten. Over het algemeen geldt: hoe gevarieerder en gezonder het watersysteem, hoe meer (soorten) libellen er voorkomen.

Door klimaatverandering zijn in Nederland al verschillende libellensoorten verdwenen of sterk afgenomen, zoals de mercuurwaterjuffer en de bronslibel. Tegelijkertijd rukken zuidelijke soorten op, waaronder de vuurlibel, de zuidelijke keizerlibel en de zuidelijke heidelibel. Dat lijkt misschien positief, maar het kan een bredere ontwikkeling verhullen: zelfs algemene soorten als het lantaarntje en de kleine roodoogjuffer nemen af. Dat wijst erop dat er waarschijnlijk meer speelt dan alleen klimaatverandering.

Een mogelijke oorzaak is de verslechterende waterkwaliteit. In het landelijk gebied worden grote hoeveelheden bestrijdingsmiddelen gebruikt, zoals insecticiden, herbiciden en fungiciden welke uiteindelijk in het water terechtkomen. Ook middelen tegen vlooien en teken van huisdieren kunnen (door honden die in meertjes zwemmen bijv.) in sloten en plassen terechtkomen. Van sommige van deze stoffen is bekend dat zij schadelijk kunnen zijn voor waterorganismen. Libellen zijn afhankelijk van een gezond watersysteem, zowel als jager als prooi. Verstoringen onder water kunnen daardoor gevolgen hebben voor het bredere voedselweb.

Daarnaast zien we in veel sloten tijdens warme zomers dikke lagen drijvende algen. Dat is vaak een teken van een teveel aan voedingsstoffen in het water, afkomstig van meststoffen zoals drijfmest en kunstmest. De algen blokkeren het zonlicht, waardoor waterplanten verdwijnen en het zuurstofgehalte kan dalen. Daarmee verdwijnen ook leefgebieden voor allerlei waterdieren.

En dan is er nog PFAS. Deze nauwelijks afbreekbare stoffen worden inmiddels op veel plekken in Nederland aangetroffen. Uit onderzoek blijkt dat PFAS schadelijke effecten kunnen hebben op dieren, bijvoorbeeld door verstoring van het immuunsysteem, hormonen en voortplanting.

Steeds meer libellensoorten komen daardoor op de Rode Lijst terecht. Dat is een ontwikkeling die zorgen baart. Wanneer zelfs algemene insectensoorten achteruitgaan, kan dat een signaal zijn dat de kwaliteit van onze leefomgeving onder druk staat. Vooral de toestand van ons oppervlaktewater verdient daarbij onze aandacht. Uiteindelijk zijn ook wij afhankelijk van schoon oppervlakte- en grondwater — niet alleen voor natuur en biodiversiteit, maar ook voor veilig drinkwater.

Mirjam de Neef

Vriend worden!

Deze website maakt gebruik van cookies voor een optimale gebruikersbeleving. Lees onze cookieverklaring