Navigatie overslaan

Schriftelijke vragen mijnbouwdossiers NAM, Nobian Twekkelo - HCH Twentekanaal

Afgelopen periode stelden Willem-Jan Velderman en Yvonne Boxem-Klein schriftelijke vragen over het mijnbouwdossier. De aanleiding hiervan is meervoudig. (1) De start van de werkzaamheden van Nobian in Twekkelo en het gebruik daarbij van Twentekanaalwater (waarin HCH zit). (2) Een brief van het dagelijks bestuur over verschillende mijnbouwdossiers. (3) Een artikel van Tubantia over de sanering van NAM-locaties waarbij in sommige gevallen sprake is van verontreiniging. Eerder stelden we hier al technische vragen over. De schriftelijke vragen en de antwoorden hierop lees je verderop in dit artikel.

Schriftelijke vragen en antwoorden

Op 24 april ontving het AB een brief van het dagelijks bestuur over de stand van zaken van diverse mijnbouwdossiers. In combinatie met eerder in april 2026 gestelde technische vragen (zie bijlage) roept dit de volgende schriftelijke vragen bij ons op; Aankomende zomer start Nobian in de omgeving Twekkelo met het winnen van zout uit cavernes, dit met behulp van kanaalwater uit het Twentekanaal. Toen het waterschap advies gaf vanuit haar adviesrecht (Mijnbouwwet) was nog niet bekend dat het water met HCH vervuild was. Dit werd later ontdekt. Toch werd het waterschap destijds na de ontdekking niet opnieuw om advies gevraagd in dit zoutwinningsdossier.

Vraag 1 
Had het dagelijks bestuur om nieuw advies gevraagd willen worden toen bleek dat het kanaalwater vervuild was met HCH? 

Antwoord 1
U vraagt naar de voorgenomen zoutwinning in de omgeving Twekkelo. Op grond van de aanvullende informatie die u ons heeft verstrekt constateren wij dat u doelt op de voorgenomen voortzetting van de zoutwinning uit de bestaande caverne 482. Waterschap Vechtstromen heeft op 15 december 2025 advies uitgebracht op het geactualiseerde winningsplan voor deze caverne. De beoordelingsgronden voor een winningsplan zijn vastgelegd in artikel 36 van de Mijnbouwwet. Instemming met een winningsplan kan slechts geweigerd worden op de volgende limitatieve gronden: - Planmatig beheer; - Risico op bodembeweging; - Maatschappelijke en milieu-effecten; - Andere onaanvaardbare nadelige effecten op het milieu of de natuur. Het bevoegd gezag beoordeelt onze adviezen aan de hand van deze toetsingsgronden. De oplosmijnbouw vindt plaats met behulp van een gesloten leidingstelsel waardoor pekelproceswater wordt getransporteerd. Zolang de zoutcaverne inherent veilig is en er geen sprake is van lekkage vanuit het leidingstelsel of de boorput, bestaat er geen aanleiding te veronderstellen dat de grond- of oppervlaktewaterkwaliteit in de biosfeer nadelig wordt beïnvloed. Waarbij het Staatstoezicht op de Mijnen (SodM) erop toeziet dat dit ook daadwerkelijk het geval is. In die zin biedt het wettelijk adviesrecht ons in formele zin weinig aanknopingspunten om aandacht te vragen voor de HCH-problematiek in relatie tot oplosmijnbouw. Daarentegen ziet het dagelijks bestuur alternatieve manieren om aandacht te vragen voor de HCH-problematiek; zie ook de beantwoording van vraag 3.

Vraag 2
Welk advies had het waterschap gegeven wetende dat het om HCH-water gaat?

Antwoord 2
Zie antwoord op vraag 1.

Vraag 3 
Hoe schat het dagelijks bestuur het risico (laag, midden, hoog?) van HCH-kanaal water in cavernes voor de lange termijn? Blijf het als residu achter in de cavernes? En kan het bij scheurvorming in contact komen met het grondwater? Zo ja, wat is de impact daarvan?

Antwoord 3
Wij begrijpen de zorgen die aan deze vraag ten grondslag liggen. HCH is een persistente en ongewenste stof in het milieu. Wij vinden het van belang dat de risico’s van gebruik van HCHverontreinigd water in de oplosmijnbouw expliciet en transparant worden beoordeeld. Dit geldt wat ons betreft voor het gehele productieproces en niet alleen voor de diepe ondergrond (reikwijdte Mijnbouwwet). Wij zullen er daarom bij het bevoegd gezag op aandringen dat één en ander inzichtelijk worden gemaakt, inclusief mogelijke reststoffen, migratieroutes en (lange termijn) effecten op het watersysteem. Wij zullen dit ook aankaarten in de Zoutwinning Groep Twente.

Vraag 4 
In de technische beantwoording geeft u aan dat ‘onze belangen’ niet in het geding zijn bij het gebruik van HCH water in de cavernes. a) Wat ziet als u ‘onze belangen’? b) En waarom zijn we lid van deze Zoutwinning Groep Twente? 

Antwoord 4 
Ad a): Met ‘onze belangen’ doelen wij op de uitoefening van onze primaire taken: wij zorgen voor veilige waterkeringen, schoon en voldoende water. Bij het beoordelen van adviesaanvragen voor winningsplannen op grond van de adviesrol die ons in de Mijnbouwwet is toegekend richten wij ons op het mogelijke effect van de voorgenomen activiteit op deze primaire taken. De oplosmijnbouw vindt plaats met behulp van een gesloten leidingstelsel waardoor pekelproceswater wordt getransporteerd. Zolang de caverne inherent veilig is en er geen sprake is van lekkage vanuit het leidingstelsel of de boorput, bestaat er geen aanleiding dat de grond- of oppervlaktewaterkwaliteit in de biosfeer nadelig wordt beïnvloed. Daarmee heeft de activiteit geen invloed op onze primaire taken. 
Ad b): Wij zijn lid van de Zoutwinning Groep Twente omdat dit gremium ons de mogelijkheid biedt om vroegtijdig kennis te nemen van bestuurlijk relevante ontwikkelingen rond de zoutwinning en het ons -in aanvulling op onze formele adviesrol op grond van de Mijnbouwwet- de mogelijkheid biedt om langs andere wegen aandacht te vragen voor het watersysteembelang. Dit soms al in een vroeg stadium, wanneer nog geen sprake is van een formeel vergunningentraject.

Vraag 5 
Wie ziet binnen deze Zoutwinning Groep Twente toe op het belang van voorkoming van HCH in onze bodem? 

Antwoord 5
De verantwoordelijkheid voor vergunningverlening en de bijbehorende afweging van risico’s ligt bij het ministerie van Economische Zaken en Klimaat als bevoegd gezag in de persoon van staatssecretaris De Bat. Binnen de Zoutwinning Groep Twente is geen sprake van formeel toezicht.

Context
In maart 2026 schreef Tubantia over de sanering van NAM-locaties in Twente, waarbij in sommige gevallen sprake is van verontreiniging. Enkele locaties liggen dicht langs beken (Deurningerbeek bijvoorbeeld). Eerder hebben we hier technische vragen over gesteld (zie bijlage, januari 2025).

Vraag 6 
Heeft het waterschap inmiddels adviesmogelijkheden vanuit de Mijnbouwwet over de wijze van sanering van locaties? 

Antwoord 
Nee, want de Mijnbouwwet is sinds het moment waarop u uw eerdere vragen stelde (januari 2025) op dit punt niet gewijzigd. Het dagelijks bestuur ziet daartoe ook geen aanleiding omdat waterschappen geen formele rol vervullen met betrekking tot (land)bodemkwaliteit en (land)bodemsaneringen.

Vraag 7 
Daar waar verontreiniging is aangetroffen, waar heeft het welke impact op de bodem, grondwater en ons watersysteem?

Antwoord 7
Zie uw bijlage 2: “beantwoording technische vraag januari 2025 NAM locatie Deurningen.” Het waterschap heeft geen formele rol bij het ontmantelen of opruimen van mijnbouwwerken. Het is aan het bevoegd gezag Bodem (gemeenten, provincies, SodM) om te bepalen welke impact de eventueel aanwezige verontreiniging heeft op bodem en (grond)water.

Vraag 8 
Op welke wijze is het waterschap hierover geïnformeerd door de NAM? Welk tijdspad naar een schone omgeving is hierin uitgestippeld?

Antwoord 8
Het waterschap is hierover niet rechtstreeks door de NAM geïnformeerd. Dit hangt samen met het feit dat wij geen formele rol hebben in het saneringsproces. Niettemin vinden wij het van belang om tijdig geïnformeerd te worden over ontwikkelingen die het watersysteem kunnen raken. Wij zullen dit punt onder de aandacht brengen bij de betrokken partijen.

Context
Evaluatiegesprek adviesrecht Mijnbouwwet. U schrijft in uw AB-brief dat u binnenkort ambtelijk met het ministerie in gesprek gaat, evaluatief over het adviesrecht binnen de Mijnbouwwet. Een adviesrecht wat leeft binnen onze regio’s en waar we als algemeen bestuur binnen het Twentse en het Drentse de afgelopen jaren meermaals mee te maken hebben gehad en nog steeds.

Vraag 9 
Komt er ook een bestuurlijk gesprek? 

Antwoord 9
Het ambtelijk gesprek kan aanleiding zijn voor het initiëren van een bestuurlijk gesprek.

Vraag 10 
Zo nee, welk geluid is Vechtstromen voornemens te vertolken? 

Antwoord 10
Het betreft een ambtelijk, beeldvormend gesprek waarin onder andere stilgestaan wordt bij de wederzijdse verwachtingen ten aanzien van onze adviesrol op grond van de Mijnbouwwet. Als onderdeel daarvan wordt teruggeblikt op de wijze waarop wij onze adviesrol in de afgelopen negen jaar hebben ingevuld.

Vraag 11 
En op welke wijze wordt het gevoel van het algemeen bestuur hierin ingebracht? Zo ja, welk gevoel? 

Antwoord 11
Niet van toepassing: het betreft een ambtelijk, beeldvormend gesprek.

Vraag 12 
Wanneer en op welke wijze worden we als AB over de uitkomst van het evaluatiegesprek geïnformeerd? 

Antwoord 12
Portefeuillehouder Aveskamp ontvangt eerst een terugkoppeling van het gesprek. Wanneer hij daar aanleiding toe ziet stelt hij het AB via het bestuursportaal op de hoogte van relevante uitkomsten.

Bijlagen

Bijlage 1: beantwoording technische vragen april 2026 Zoutwinning - 

  • Vraag:
    Wordt er kanaalwater (met HCH) gebruikt om het zout te winnen? 

    Antwoord:
    Voor de zoutwinning (oplosmijnbouw) wordt gebruik gemaakt van proceswater, afkomstig uit het Twentekanaal. Daarnaast wordt in de zoutfabriek zelf gebruik gemaakt van koelwater, eveneens afkomstig uit het Twentekanaal. Het watersysteembeheer van het Twentekanaal (waterkwantiteit, waterkwaliteit, keringzorg) berust bij Rijkswaterstaat. 
     
  • Vraag: 
    Zo ja, het waterschap heeft eerder geadviseerd over de zoutwinning. Naar mijn weten was de HCH vervuiling toen nog niet bekend. Is naar aanleiding van de HCH vervuiling het waterschap opnieuw om advies gevraagd? 

    Antwoord: 
    Het waterschap heeft, vanuit zijn rol als wettelijk adviseur op grond van de Mijnbouwwet (MbW), geen nieuwe adviesaanvragen MbW ontvangen naar aanleiding van de HCH-vervuiling. 
     
  • Vraag: 
    Of op welke wijze is hier mogelijk contact over geweest tussen waterschap en Nobian? Eventuele derden? Gemeente? Omgevingsdienst? Sodm? 

    Antwoord: 
    Vanuit onze adviesrol MbW is hierover geen formeel contact geweest met genoemde partijen. 
     
  • Vraag: 
    Bij geen contact, waarom niet? 

    Antwoord:
    Wij staan op het standpunt dat in deze, met betrekking tot de oplosmijnbouw, onze belangen niet in het geding zijn. Daarnaast zijn er andere tafels waar wij over de HCH-problematiek in gesprek zijn met onder andere de gemeente, Rijkswaterstaat, Vitens en buurwaterschappen. 

Bijlage 2: beantwoording technische vraag januari 2025 NAM locatie Deurningen 

In 2023 is een NAM boorput tussen Deurningen en Oldenzaal opgeruimd (aan de Groeneweg). https://maps.app.goo.gl/a7CdzUrqQ5ANovZc6 Dit is nabij de Deurningerbeek (niet zichtbaar op Maps). 

  • Vraag: 
    Wat is de rol van het waterschap bij zo’n dergelijke ontmanteling en het opruimen? Wordt het waterschap hiervan op de hoogte gesteld door de NAM? Of om advies gevraagd? En linken de werkzaamheden met de waterkwaliteit? 

    Antwoord:
    In de regel zijn er geen directe lozingen tijdens het ontmantelen van locaties. Het waterschap heeft in die gevallen geen formele taak of rol bij het ontmantelen of opruimen van mijnbouwwerken. Wij worden dan ook niet formeel geïnformeerd of om advies gevraagd. Genoemde werkzaamheden vinden plaats onder bevoegd gezag van het Ministerie van Klimaat en Groene Groei (KGG) op basis van een verwijderingsplan. Hiervoor vraagt KGG advies aan de gemeente, de provincie en Staatstoezicht op de Mijnen (SodM). SodM houdt tevens toezicht op de uitvoering en heeft daarbij aandacht voor zowel veiligheid, milieu als maatschappelijke belangen. Aandacht voor de (grond)waterkwaliteit maakt daar nadrukkelijk onderdeel van uit. Uiteindelijk dient de bodem aantoonbaar schoon te worden opgeleverd ten genoegen van het bevoegd gezag voor de bodem.

Deze website maakt gebruik van cookies voor een optimale gebruikersbeleving. Lees onze cookieverklaring