Navigatie overslaan

Waterschapsbestuurders uit heel Nederland roepen kabinet op versoepeling bestrijdingsmiddelen tegen te houden

Drie waterschapsbestuurders overhandigen vandaag namens 160 waterschapsbestuurders van 21 waterschappen afkomstig uit 12 verschillende politieke partijen een brief aan staatssecretaris Erkens. In de brief roepen zij hem op zich in Europa uit te spreken tegen het Omnibus-pakket voor vereenvoudiging van regelgeving rondom bestrijdingsmiddelen dat leidt tot versoepeling van de toelating van bestrijdingsmiddelen.

Het huidige toelatingssysteem voor bestrijdingsmiddelen beschermt mens en milieu doordat stoffen niet alleen vóór toelating worden beoordeeld, maar ook daarna opnieuw worden getoetst op basis van nieuwe wetenschappelijke inzichten. Wanneer een middel schadelijk blijkt voor de gezondheid, wordt het uitgefaseerd. Het Omnibus pakket verzwakt het toelatingssysteem, terwijl bestrijdingsmiddelen veelvuldig in grond- en oppervlaktewater worden aangetroffen.

“Waterschapsbestuurders weten hoe moeilijk en kostbaar het is om vervuiling door bestrijdingsmiddelen uit het watersysteem te krijgen. Dit vraagt juist om betere bescherming. Daarom is het onbegrijpelijk dat Europa de toelatingsregels voor bestrijdingsmiddelen verder wil versoepelen.”
Guido van der Wedden (AWP), Waterschap Rivierenland

Waterschappen investeren jaarlijks grote bedragen om vervuilende stoffen uit het watersysteem te verwijderen en de waterkwaliteit, die er slecht aan toe is, te verbeteren. Bestuurders uit alle waterschappen spreken daarom gezamenlijk hun zorgen uit over drie belangrijke onderdelen van de nieuwe voorgenomen regels:

1. Schadelijke stoffen blijven langer in gebruik

In het nieuwe voorstel dreigen schadelijk bevonden en daarom verboden middelen twee keer zo lang opgebruikt te mogen worden: niet 18, maar 36 maanden. Onder het mom van lastenverlichting worden ook de herbeoordelingen beperkt, terwijl juist na verloop van tijd duidelijk kan worden welke risico's een middel in de praktijk met zich meebrengt. Zo zijn de afgelopen jaren tientallen bestrijdingsmiddelen van de markt gehaald nadat wetenschappelijk was aangetoond dat ze schadelijk zijn voor de gezondheid of het milieu. Zorgvuldige herbeoordeling is dus erg belangrijk.

“Dat aantoonbaar schadelijke middelen straks aanzienlijk langer gebruikt mogen worden, is volstrekt onverantwoord voor zowel de waterkwaliteit als de volksgezondheid. In plaats van de lat te verlagen, kan Europa beter kiezen voor sterkere bescherming van mens, dier en milieu. Het Omnibus pakket moet daarom van tafel."
Judith Lammers (PvdD), Waterschap de Dommel.

2. Economische belangen kunnen zwaarder gaan wegen dan gezondheid

Het voorstel verruimt de mogelijkheden om uitzonderingen toe te staan voor schadelijke stoffen. Economische- en productiebelangen kunnen hierdoor een belangrijkere rol gaan spelen in de afweging ten koste van het gezondheidsbelang.

“Bij de toelating van bestrijdingsmiddelen hoort de vraag centraal te staan of een stof veilig is. De bescherming van mens en natuur, van drinkwater en ons voedsel hoort voorop te staan, niet het economische belang.”
Erik Hovingh (WN), Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard

3. Nederland verliest grip op de bescherming van zijn eigen waterkwaliteit

Nederland krijgt minder ruimte om zelf nieuwe wetenschappelijke inzichten, monitoringsgegevens en nationale risico's mee te wegen bij toelatingen en herbeoordelingen van bestrijdingsmiddelen. Lidstaten moeten hun beoordeling van een middel baseren op de Europese dossiers van de werkzame stoffen die in het bestrijdingsmiddel zitten. Die informatie kan verouderd zijn. Bovendien worden besluiten over werkzame stoffen mede bepaald door Europese stemmingen, waardoor de afwegingen van andere lidstaten zwaarder kunnen gaan wegen dan Nederlandse inzichten en omstandigheden. Hierdoor wordt het moeilijker om zorgen over lokaal drinkwater, waterkwaliteit en natuuromstandigheden daadwerkelijk te vertalen naar nationale toelatings- of herbeoordelingsbesluiten.

“Juist omdat waterschappen voortdurend meten wat er in ons water terechtkomt, hebben zij goed zicht op wat nodig is en moeten monitoringsgegevens kunnen meewegen bij toelatingsbesluiten. Het kan niet zo zijn dat Brussel bepaalt dat Nederland minder rekening mag houden met de risico's die wij hier in de praktijk constateren.”
Anneke Heinecke (PRO), Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard

Volgens de ondertekenaars staat de voorgestelde Europese koers haaks op de opgaven waarvoor waterschappen staan. Zij pleiten juist voor een robuuste en onafhankelijke beoordeling van bestrijdingsmiddelen, gebaseerd op de meest actuele wetenschappelijke inzichten en met voldoende aandacht voor effecten op water, natuur en gezondheid.
In een tijd waarin warme en droge zomers steeds vaker voorkomen, neemt de concentratie van vervuilende stoffen in ons water toe doordat er minder schoon water beschikbaar is om die vervuiling te verdunnen. Terwijl juist dan mensen ook verkoeling zoeken in natuurwater. Ook daarom moeten we extra zorgvuldig omgaan met de kwaliteit van ons water.

In de brief wijzen de bestuurders erop dat schoon water een basisvoorwaarde is voor een gezonde leefomgeving. Ook geven zij aan dat er goede oplossingen zijn om snellere beoordeling van biologische middelen te organiseren zónder dat de bescherming van volksgezondheid en natuur hoeft te worden afgebroken. De waterschapsbestuurders vragen staatssecretaris Erkens daarom om zich in Europees verband ferm uit te spreken tegen dit Omnibus pakket en te staan voor het behoud van strenge toelatingseisen en zorgvuldige wetenschappelijke toetsing.

Open brief aan staatssecretaris Erkens van LVVN

Deze website maakt gebruik van cookies voor een optimale gebruikersbeleving. Lees onze cookieverklaring