Navigatie overslaan

Oude reflex wateraanvoer belemmert omslag naar water vasthouden

In het nationale waterbeleid klinkt steeds nadrukkelijker de boodschap dat Nederland zuiniger moet omgaan met zoetwater. Het nationale beleid is helder: besparen, vasthouden en bergen. Regio’s moeten in 2050 beter bestand zijn tegen droogte, watertekorten en lage rivierafvoeren. Water en bodem zouden meer sturend moeten zijn bij inrichting van het landgebruik. Dat klinkt logisch en noodzakelijk.

Praktijk later ander beeld zien

Toch laat de praktijk nog steeds helaas een ander beeld zien. Juist nu klimaatverandering leidt tot langere droge periodes en steeds lagere afvoeren van de grote rivieren, wordt in Oost-Nederland met circa 33 miljoen euro opnieuw fors geïnvesteerd in aanvoer van water. Daarmee moeten vaste buisvijzelpompen worden gebouwd bij sluiscomplex Eefde. Zo kunnen in droge zomers grote hoeveelheden IJsselwater het Twentekanaal in worden gepompt, zodat onder meer in waterschap Rijn en IJssel de Berkel en Schipbeek op peil blijven.

Die investering is begrijpelijk vanuit de korte termijn. De tijdelijke pompinstallaties die nu jaarlijks worden ingezet zijn duur en omslachtig. Maar tegelijkertijd wringt hier iets fundamenteels. Terwijl Den Haag spreekt over water vasthouden in de regio, blijft het dominante antwoord in de praktijk: méér water aanvoeren.

Regenwater verdwijnt te snel

Juist in stroomgebieden als de Berkel en de Schipbeek is nog lang niet alles gedaan om water vast te houden. Verdroging van landbouwgronden, snelle afvoer via sloten en beken en slechts beperkt herstel van sponswerking in het landschap zorgen ervoor dat regenwater nog te snel verdwijnt. Zolang die structurele opgave onvoldoende wordt aangepakt, blijft de afhankelijkheid van externe aanvoer groeien.

Discussie over verdeling water tussen regio's

Daar komt nog iets bij. De discussie over de verdeling van schaars zoetwater tussen regio’s moet landelijk nog worden gevoerd. Noord-Nederland, Noord-Holland én Oost-Nederland willen allemaal meer water uit het IJsselmeer- en IJsselsysteem. Maar door klimaatverandering wordt juist minder aanvoer vanuit de Rijn verwacht. De beschikbare hoeveelheid water groeit dus niet mee met de vraag.

Tegen die achtergrond is het opvallend dat Oost-Nederland nu al fors investeert in het veiligstellen van een groter aandeel zoetwater. Daarmee lijkt de regio vooruit te lopen op een landelijke verdelingsdiscussie die nog gevoerd moet worden.

De echte vraag

De echte vraag is daarom niet alleen hoe we meer water kunnen aanvoeren, maar vooral hoe serieus we bereid zijn het landschap zo in te richten dat water beter wordt vastgehouden. Zonder die omslag dreigt Nederland vast te blijven zitten in een oude wateraanvoerreflex — kostbaar, kwetsbaar en uiteindelijk moeilijk vol te houden.

Deze website maakt gebruik van cookies voor een optimale gebruikersbeleving. Lees onze cookieverklaring