Praktijk later ander beeld zien
Toch laat de praktijk nog steeds helaas een ander beeld zien. Juist nu klimaatverandering leidt tot langere droge periodes en steeds lagere afvoeren van de grote rivieren, wordt in Oost-Nederland met circa 33 miljoen euro opnieuw fors geïnvesteerd in aanvoer van water. Daarmee moeten vaste buisvijzelpompen worden gebouwd bij sluiscomplex Eefde. Zo kunnen in droge zomers grote hoeveelheden IJsselwater het Twentekanaal in worden gepompt, zodat onder meer in waterschap Rijn en IJssel de Berkel en Schipbeek op peil blijven.
Die investering is begrijpelijk vanuit de korte termijn. De tijdelijke pompinstallaties die nu jaarlijks worden ingezet zijn duur en omslachtig. Maar tegelijkertijd wringt hier iets fundamenteels. Terwijl Den Haag spreekt over water vasthouden in de regio, blijft het dominante antwoord in de praktijk: méér water aanvoeren.
Regenwater verdwijnt te snel
Juist in stroomgebieden als de Berkel en de Schipbeek is nog lang niet alles gedaan om water vast te houden. Verdroging van landbouwgronden, snelle afvoer via sloten en beken en slechts beperkt herstel van sponswerking in het landschap zorgen ervoor dat regenwater nog te snel verdwijnt. Zolang die structurele opgave onvoldoende wordt aangepakt, blijft de afhankelijkheid van externe aanvoer groeien.
Discussie over verdeling water tussen regio's
Daar komt nog iets bij. De discussie over de verdeling van schaars zoetwater tussen regio’s moet landelijk nog worden gevoerd. Noord-Nederland, Noord-Holland én Oost-Nederland willen allemaal meer water uit het IJsselmeer- en IJsselsysteem. Maar door klimaatverandering wordt juist minder aanvoer vanuit de Rijn verwacht. De beschikbare hoeveelheid water groeit dus niet mee met de vraag.
Tegen die achtergrond is het opvallend dat Oost-Nederland nu al fors investeert in het veiligstellen van een groter aandeel zoetwater. Daarmee lijkt de regio vooruit te lopen op een landelijke verdelingsdiscussie die nog gevoerd moet worden.
De echte vraag
De echte vraag is daarom niet alleen hoe we meer water kunnen aanvoeren, maar vooral hoe serieus we bereid zijn het landschap zo in te richten dat water beter wordt vastgehouden. Zonder die omslag dreigt Nederland vast te blijven zitten in een oude wateraanvoerreflex — kostbaar, kwetsbaar en uiteindelijk moeilijk vol te houden.