Via het Versnellingsprogramma Aquathermie biedt de Unie van Waterschappen in samenwerking met het Rijk ondersteuning aan de waterschappen om de realisatie van aquathermieprojecten te versnellen. Het programma vergroot de bijdrage van aquathermie aan de lokale warmtetransitie. Het perspectief is dat tegen 2030 ongeveer 200.000 huishoudens aardgasvrij worden gemaakt door gebruik van aquathermie. Dat kan resulteren in een CO2-emissiereductie van ongeveer 0,4 megaton.
Aquathermie is één van de alternatieven voor duurzame verwarming uit het Klimaatakkoord.
De lokale warmtetransitie in niet-stedelijke gebieden kampt met een schaarste aan warmtebronnen. All-electric-oplossingen vergen veel van het elektriciteitsnet dat juist in deze gebieden vaak beperkte capaciteit heeft. Laagtemperatuur warmtenetten moeten gebruik maken van lokaal beschikbare warmtebronnen. Maar in niet-stedelijke gebieden is restwarmte van industrieën en grotere instellingen doorgaans beperkt beschikbaar. De mogelijke inzet van TEA wordt in deze gebieden beperkt door de relatief grote afstand tot de gebouwde omgeving. De potentie van geothermie is nog uiterst onzeker en ook hier geldt dat deze bron in grote delen van Nederland niet beschikbaar zal zijn.
Juist buiten de stedelijke gebieden kenmerkt het Nederlandse landschap zich vaak door de aanwezigheid van sloten, kanalen en plassen die een bron van TEO kunnen zijn. Met het versnellingsprogramma dragen de waterschappen bij aan de gerichte stimulering van het gebruik van deze ruim aanwezige bronnen.