Navigatie overslaan

‘Amsterdam moet nu handelen om te voorkomen dat waterkwaliteit een juridisch slot op de stad zet’

Onderstaand artikel is door fractielid Diederik Imfeld en Jasper Groen (Water Natuurlijk AGV) als opiniestuk geplaatst in Het Parool op 19 maart 2026.

Nederland moet uiterlijk in 2027 zorgen voor schoon en gezond water. Dat is geen vrijblijvende ambitie of mooie wens, maar een Europese wettelijke verplichting om plant, dier en mens te beschermen. Als we die doelen niet halen, kunnen vergunningen voor woningbouw, infrastructuur en economische activiteiten juridisch onder druk komen te staan. We hebben bij stikstof gezien wat dat betekent: projecten die stilvallen en overheden die achteraf moeten repareren wat eerder niet is aangepakt. De situatie rond stikstof dreigt ook rond waterkwaliteit. En hoewel vaak naar waterschappen wordt gekeken, ligt een belangrijk deel van de oplossing bij gemeenten. Ook bij Amsterdam.

Waterschappen investeren al jaren in betere rioolwaterzuivering, natuurvriendelijke oevers en herstel van watersystemen. Maar veel vervuiling ontstaat in de stad zelf. Regenwater dat via straten en daken vervuild het water instroomt en vervuilende stoffen meeneemt of riooloverstorten bij hevige buien. Gemeente Amsterdam kan hierin keuzes maken. 

Binnen Amsterdam speelt dat op twee verschillende manieren. In landelijk Noord, het gebied dat onder het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier valt, ligt een kwetsbaar veenweidelandschap. Waterkwaliteit hangt daar samen met bodemdaling, landbouw en natuur. Beslissingen over ruimtelijke ontwikkeling, recreatie en landgebruik werken direct door in sloten en polders.

In de rest van de stad, waar het waterschap Amstel, Gooi en Vecht verantwoordelijk is, zit de sleutel vooral in de inrichting van de stad. Minder verharding, meer groen en water, natuurvriendelijke oevers en bouwen zonder materialen die het water vervuilen. In Corona-tijd waren de grachten veel helderder en schoner, door het vaarverbod op pleziervaart; ook de keuze waar we varen toestaan heeft dus impact. Dit zijn geen technische maatregelen, maar keuzes in stedelijk beleid. En er liggen nog meer kansen: regenpijpen afkoppelen, tuinen vergroenen en minder gif in het groen. Kleine ingrepen die samen een groot verschil maken.

Daarom is het ook belangrijk dat Amsterdam niet alleen naar zichzelf kijkt, maar de samenwerking met de waterschappen intensiever maakt. Waterkwaliteit moet vanaf het begin een plek krijgen in stedelijke plannen, gebiedsontwikkelingen en investeringsprogramma’s. Door eerder en structureler samen op te trekken met de waterschappen kan de stad voorkomen dat water pas aan het eind van het proces in beeld komt als aanpassingen moeilijker en duurder zijn.

Als Amsterdam wil voorkomen dat ook waterkwaliteit een juridisch slot op de stad zet, is het moment om te handelen nu. Schoon water begint niet bij het waterschap, maar bij keuzes in de stad en bij een gemeente die samen met de waterschappen verantwoordelijkheid neemt.

Deze website maakt gebruik van cookies voor een optimale gebruikersbeleving. Lees onze cookieverklaring