Dune of doorpakken tegen de droogte?
De watercrisis is er. Hoog tijd voor bindende afspraken over verdeling van ál ons water.
Auke Wouda: "Een bestuursperiode duurt vier jaar, maar waterbeheer gaat over tientallen jaren. Daarom kijken wij vooruit naar 2075 zonder te doen alsof we vandaag ieder technisch detail al kennen."
Een bestuursperiode duurt vier jaar, maar waterbeheer gaat over tientallen jaren. Daarom kijken wij vooruit naar 2075 zonder te doen alsof we vandaag ieder technisch detail al kennen.
Het klimaat is veranderd. De neerslag is toegenomen met heftige buien en er zijn veel vaker lange droge periodes. De zeespiegelstijging gaat, ondanks dat de CO2-uitstoot wereldwijd is afgenomen, nog steeds door.
De inrichting van het watersysteem en de bodemgesteldheid bepalen hoe de provincie ruimtelijk wordt ingericht. Door de beperkingen van water en bodem kan niet meer alles overal. Om de gevolgen van klimaatverandering op te vangen is Fryslân daarom natter en groener geworden, binnen en buiten de steden en dorpen. De landbouw heeft een omslag gemaakt naar grondgebonden en natuurinclusieve landbouw. De natuurgebieden hebben zich kunnen herstellen door optimale wateromstandigheden en afname van de stikstofdepositie. Ook de weidevogelpopulaties hebben zich grotendeels hersteld. De afname van biodiversiteit is tot staan gebracht, ook door meer natuur in de steden en dorpen.
Vanaf 2030 is het Wetterskip, als organisatie, zelf al klimaatneutraal (dus geen uitstoot meer van CO2) en is het Wetterskip warmte uit oppervlaktewater en zonne-energie gaan leveren aan industrie en huishoudens.
Het spuien van overtollig zoet water via Harlingen en het Lauwersmeer is nauwelijks meer mogelijk omdat de zeespiegel inmiddels ongeveer 70 cm is gestegen. Het nieuwe zeegemaal vangt dit zo flexibel mogelijk op en werkt daarom alleen als er niet genoeg gespuid kan worden.
Het Wetterskip heeft het watersysteem aangepast. Door de hogere zeespiegel is de verzilting langs de Waddenzee toegenomen. Verzilting bestrijden met doorspoelen met IJsselmeerwater is vrijwel beëindigd. De hogere grondwaterstanden in heel Fryslân, maar vooral in het veengebied, hebben de verzilting wel vertraagd, waardoor er in verzilte gebieden tijd is geweest om over te gaan op zoutminnende teelten of telen op zoetwaterlenzen op de bodem.
De zeedijken zijn onherkenbaar: groener, vaak breder en soms bebouwd. De veiligheid kan niet alleen meer afhangen van zeedijken, maar wordt ook op andere manieren gewaarborgd (meerlaagsveiligheid: eerst de dijk, dan de compartimenten erachter, desnoods evacuatie).
Langs de Waddenzee is een experiment aan de gang om te kijken of grote gebieden langs de Waddenzee door sedimentatie de zeespiegelstijging kunnen volgen.
Omdat het peil van het IJsselmeer niet is verhoogd, ondanks de zeespiegelstijging, is de IJsselmeerkust nauwelijks veranderd. Wel is het IJsselmeerpeil dynamischer geworden en is op verschillende plaatsen het IJsselmeer-water naar binnen gehaald, zodat de natuurlijke verbinding tussen het water en de achterliggende kust is hersteld. Op zoveel mogelijk plaatsen langs de hele kust, maar ook in Fryslân zelf, zijn visverbindingen en visvoorzieningen aangebracht. Door de vismigratierivier en een gewijzigd spuiregiem heeft de visstand in het IJsselmeer zich weer kunnen herstellen en dat werkt door in de visstand van Fryslân.
De boezem is in oppervlakte vergroot en voor die boezem geldt een variabel peil, dat is aangepast aaneen natuurlijk verloop met een oplopend peil in het najaar en de winter en dalend peil in het voorjaar en zomer. In natte periodes vormt de boezem een watervoorraad voor het overbruggen van drogere periodes. Voormalig ‘butlân’ heeft op een flink aantal plaatsen zijn functie voor wateropvang in de natte periodes teruggekregen en dat ‘butlân’ staat ’s winters vaak onder water. Een neveneffect is, dat de begroeiing in die gebieden vanzelf laag blijft: leuk voor de zeilers!
Door de andere aanpak van het oppervlaktewater, natter en beter vasthouden, zijn de grondwaterstanden in heel Fryslân ook hoger geworden.
De huidige gemalen, waarvan de belangrijkste het Woudagemaal en het Hooglandgemaal zijn (voor afvoer naar het IJsselmeer) samen met de zeegemalen Ropta en Vijfhuizen door de aanpassingen aan het watersysteem en toegenomen opvangcapaciteit, hebben noodgedwongen aanvulling gekregen van een nieuw zeegemaal bij Lauwersoog.
Ook de polders zijn drastisch veranderd. De waterstanden zijn gemiddeld veel hoger en binnen de polders is ook gezorgd voor opvang van overtollig water. Het aantal peilvakken, nu ruim 8000, is gehalveerd om het watersysteem robuuster te maken.
In de veengebieden is door verschillende maatregelen, waaronder verhoging van de waterstanden, de oxidatie van het veen grotendeels stopgezet. In de laagste delen (het midden) staat het water boven het maaiveld, waardoor hier de veenvorming zich voorzichtig gaat herstellen. Dat zorgt voor opname van CO2. Voor de landbouw zijn hier alleen natte teelten mogelijk. Bij de gebieden met klei op veen staat het water tot aan de onderkant van de klei waardoor landbouw daar nog mogelijk blijft. In de venige tussengebieden staat het grondwater niet meer dan een enkele decimeter onder het maaiveld. De landbouw in die gebieden is mede daarom natuurinclusief en veel extensiever geworden. Desondanks levert dat voor boeren een ‘goede boterham’ op. Er zijn minder kosten voor voer en investeringen. In veel gevallen zijn er ook subsidies voor landschaps- of natuurbeheer.
Ook in andere gebieden is de landbouw aangepast aan de natuur. Het gebruik van gif en kunstmest in de landbouw is helemaal teruggedrongen. Bermen van watergangen en wegen zijn (kleine) natuurgebiedjes. Weidevogels zoals de kievit en grutto zijn grotendeels terug. Maar ook voor insecten, voedsel voor weidevogels, is het goed toeven in Fryslân.
Door de aanpassingen van het watersysteem neemt de bodemdaling (en de CO2-uitstoot) in de veengebieden af. Daardoor is het aantal nieuwe gevallen van funderingsschade afgenomen. Funderingsschade kan door woningeigenaren worden hersteld met steun, ook financieel, van de provincie en het Wetterskip.
Ook op de hogere (zand)gronden wordt het water zoveel mogelijk vastgehouden, door veel groen en meanderende beken en riviertjes, zoals het Koningdiep en de Linde. Als het voor het vasthouden van water beter is zijn er sloten gedempt.
Veel natuurgebieden zijn uitgebreid, ook om opnieuw veen te krijgen. Bufferzones met hoge waterstanden en verminderde stilstofuitstoot zorgen zo nodig voor verbeterde condities in de natuurgebieden. Dankzij een ‘grondbank’ is veel voormalige landbouwgrond omgevormd tot natuur. In gebieden met een krimpende bevolking, vooral langs de IJsselmeer- en Waddenkust, heeft dat geleid tot de vorming van nieuwe natuurgebieden. Binnendijkse en buitendijkse natuur is weer met elkaar in verbinding gebracht en de natuurlijke dijken vormen daarin geen scheiding meer.
De waterkwaliteit is chemisch en biologisch sterk verbeterd door de afname van het gebruik van pesticiden en door minder uitloging vanuit de landbouw. PFAS is al decenia verboden. Mede daardoor heeft de visstand, naast overige waterflora en fauna, zich in Fryslân kunnen herstellen.
In steden en dorpen is het verharde oppervlak verkleind en vervangen door groen. Er is meer wateropvang voor de steviger buien en om hittestress te voorkomen. Ook zijn er in de steden weer meer wateroppervlakten teruggekomen, onder andere door het openleggen van eerder gedempte grachten en kanalen. Al het verharde oppervlak, zowel daken van gebouwen als wegen in stedelijk gebied, is losgekoppeld van het riool en loost rechtstreeks op het oppervlaktewater. Overstorten van vuilwaterriool behoort tot het verleden, wat zorgt voor een betere waterkwaliteit.
De watercrisis is er. Hoog tijd voor bindende afspraken over verdeling van ál ons water.
Tijdens de algemene ledenvergadering van de groene waterschapspartij Water Natuurlijk Fryslân op 2 juli 2026 stelden de leden de top van de lijst voor de waterschapsverkiezingen van 2027 vast. De lijst bestaat uit een mix van ervaren bestuurders als Monique Plantinga (huidig lid Dagelijks Bestuur Wetterskip Fryslân), Pieter Klaas de Vries (huidig fractievoorzitter)
Dit is de laatste perspectiefnota van deze bestuursperiode. Een goed moment om terug te kijken, maar vooral om vooruit te kijken. En als we dat doen, dan ziet Water Natuurlijk Fryslân & Geborgd Natuur een bestuur dat de afgelopen jaren belangrijke stappen heeft gezet. Voor onze fractie geldt daarbij: de kanteling is ingezet, maar zeker niet voltooid. De komende bestuursperiode moet vooral in het teken staan van dóórpakken!
Deze website maakt gebruik van cookies voor een optimale gebruikersbeleving. Lees onze cookieverklaring