Een geheel nieuw type vispassage is onlangs in gebruik genomen om de vis de gelegenheid te geven tussen het Kromme Rijn gebied en het Amsterdam-Rijnkanaal heen en weer te zwemmen.
Het Amsterdam-Rijnkanaal is een grote bak water met steile wanden als oevers met erg weinig paai- en opgroeigebieden voor de vis. Toch zit er relatieve grote vis, die voor flink wat nageslacht kunnen zorgen. Het Kromme Rijn gebied kent wèl veel goed plekken voor de paai en het opgroeien van vis, zeker nu er veel weteringen zijn verbreed en ook nieuwe weteringen zijn aangelegd voor de wateraanvoer nodig voor de nachtvorstbestrijding van de fruitteelt. Daarnaast kunnen de vissen nu ook overwinteren in het kanaal, waar de kans op bevriezing en gebrek aan zuurstof kleiner is.
De vispassage is een grote buis met aan beide kanten een klep, die, net als sluisdeuren, afwisselend opengaan. Daardoor kun je een groot hoogteverschil overbruggen, zonder veel waterverlies. Bij de Caspergouw is dat verschil bijna twee meter. Als je dat met een vistrap zou willen overbruggen heb je veel ruimte nodig. Het hoogteverschil tussen de treden mag maar klein kan zijn om de vissen uit stilstaand water de gelegenheid te geven er op te komen.
Rijkswaterstaat, die het kanaal beheert, het waterschap en de provincie Utrecht hebben samen de kosten van deze innovatieve vispassage betaald. Water Natuurlijk is erg tevreden met deze oplossing van het probleem om het kanaal en het Kromme Rijn gebied ecologisch met elkaar te verbinden.
